De partnerrelatie vanuit de collusietheorie van Jürg Willi 1

De partnerrelatie vanuit de collusietheorie van Jürg Willi 1

Conflicten in relaties zorgen voor weinig kwaliteit in een relatie. Om deze conflicten beter aan te kunnen pakken, moet meer inzicht van belang.

Mensen stappen om veel verschillende redenen in een relatie en geloven vaak in een relatie gelukkiger te zijn dan zonder deze. Relaties zijn echter vaak complexer dan wij denken of zouden willen. Aangezien partners twee individuen zijn met eigen ideeën, verlangens, gevoelens en ervaringen, is het onvermijdelijk dat zij op momenten tegenover elkaar komen te staan en dit vroeg of laat uitmondt in ruzie. Om met onenigheden te kunnen omgaan, moeten de partners strategieën en vaardigheden in huis hebben om de onenigheid niet te laten escaleren in heftige ruzie en juist constructief met de ruzie om te gaan. Hierin kunnen conflicthanteringstrategieën een belangrijke bijdrage leveren. Ook het vermogen tot vergeven is een goede manier om met conflicten in een relatie om te gaan. In relaties waar partners bepaalde vaardigheden missen of niet goed kunnen inzetten, kan een negatief patroon ontstaan. Het lukt de partners dan veelal niet om het negatieve patroon te doorbreken. Partners kunnen, ondanks emotionele ontevredenheid om veel uiteenlopende redenen bij elkaar blijven zoals het niet willen opbreken van een gezin, het behoud van gedeeld bezit of vermogen, of andere persoonlijke afwegingen. Daarnaast kunnen ook emotionele factoren een rol spelen in het feit dat partners elkaar niet verlaten ondanks hun lijdensweg samen. Partners kunnen in een bepaald gedragspatroon met elkaar zijn verwikkeld waar ze op het moment niet uit kunnen komen.

De collusie theorie van Jürg Willi (1975) verklaart wat partners in zo’n moeizame relatie bij elkaar houdt. De theorie is gebaseerd op psychoanalytische grondbeginselen zoals het feit dat huidige problematiek voortkomt uit onderdrukte onbewuste conflicten uit de jeugd, die onopgelost zijn gebleven en te pijnlijk zijn om te ervaren. In volwassen intieme relaties worden deze gevoeligheden geactiveerd en kunnen ze uitmonden in hoog oplopende conflicten. Daarnaast gaat de psychoanalytische theorie ervan uit dat een mens zich ontwikkelt van eenzijdige afhankelijkheid als kind, naar wederzijdse afhankelijkheid in het volwassen leven. Als dit niet goed verloopt kan dit tot problematiek leiden. Onderliggende machtsverhoudingen die vaak niet zichtbaar zijn spelen hierin een belangrijke rol.

In relaties waarin geen gelijkwaardigheid bestaat kunnen conflicten een levensinhoud worden die tientallen jaren duurt. Partners houden koppig vast aan hun houding tegen hun partner en herhalen iedere keer dezelfde beschuldigingen of eisen, ondanks dat ze allang weten dat die geen effect hebben. Het lukt beide partners niet om het conflict op te lossen of zich uit de verstrengeling te bevrijden.

Mensen hebben behoeftes om afhankelijk en kinderlijk te zijn, net als in de vroegere relatie met de moeder, als behoeftes om autonoom, verantwoordelijkheid en volwassen te handelen In een gezonde relatie wisselen partners progressief en regressief gedrag met elkaar af. Niet ieder mens is echter in staat zich progressief en regressief te gedragen. Het flexibele overgaan van de ene in de andere toestand wordt voor vele mensen door dieper liggende oorzaken bemoeilijkt.

Volgens Willi zijn bij ongelijkwaardige verdeling van rolpatronen de partners verwikkeld in een interactiepatroon waar ze niet uitkomen . Ze zitten vast in gepolariseerde gedragsrollen die ze niet flexibel kunnen afwisselen.

Een voorbeeld is een relatie waarin een partner altijd degene is die steun zoekt bij de ander en de ander nooit steun kan vragen aan de eerste partner omdat dat wordt afgeslagen.

Sommige mensen verwachten van een relatie een voortdurende eenzijdige bevrediging van hun behoefte aan zorg, toewijding, tederheid en passiviteit.

Dit regressieve verwachtingspatroon komt vaak voort uit onoverwonnen conflicten uit de vroege jeugd. Iemand is zo gefrustreerd in zijn jeugd, heeft zo weinig aandacht gehad dat hij dit wil inhalen via zijn relatie. Of iemand is zo overbeschermd en verwend als kind, dat hij deze rol wil laten voortduren in zijn huwelijk. Omgekeerd kan iemand zo weinig zorg hebben gekregen, dat hij al heel vroeg progressief gedrag vertoonde en voor iedereen zorgde. In een relatie zoekt hij iemand om aan te geven, te verzorgen net zoals hij gewend is.

De oorzaak van het ontstaan van collusie kan gezocht worden in het projectieve zoeken naar en bestrijding van verdrongen en onderdrukte delen van het zelf in de partner. De verdrongen en onderdrukte delen van het zelf zijn de gevoelens en gedachten die niet werden toegestaan door de ouders in de jeugd. Doordat ze te pijnlijk zijn om te ervaren, worden ze verdrongen. Om deze onderdrukte verlangens toch te ervaren, zoekt men dus naar een partner op wie men zijn eigen verdrongen delen kan projecteren. Men kan zo zijn eigen verlangens via de ander beleven. De ambivalentie dat uitgerekend dat wat oorspronkelijk aantrekkingskracht had, later de oorzaak van de relatiecrisis wordt, wordt daardoor begrijpelijk. Hetgeen wat een partner vond in de ander, wat bij hemzelf onderdrukt is, komt later bij hemzelf naar boven en zorgt voor een conflict.

Bijvoorbeeld: Een partner wordt aangetrokken tot het zorgbehoevende gedrag van de ander. Langzamerhand komen in de relatie de verdrongen kanten van deze partner meer naar het oppervlak en ontstaat er een strijd om de zorgbehoevende positie. Dit ontstaat door de aanwezige inflexibiliteit bij de partners om rollen af te wisselen. Het gevolg is een strijd tussen de partners die kan leiden tot heftige conflicten.

Belangrijk voor een goede en stabiele relatie is onder anderen.

Gelijkwaardigheid in de relatie.

Flexibiliteit in afwisselen van gedragsrollen.

Invloed van parallellen tussen de ouder-kind relatie in de vroege kinderjaren op de partnerrelatie.

De collusietheorie

Maar dit kan ook misgaan. Wanneer partners als kind in relatie met hun ouders bepaalde gevoelens en gedachten niet hebben mogen ervaren bij het omgaan met conflicten, kunnen angst, schaamte, boosheid en frustratie in de volwassen relatie opnieuw opkomen bij overeenkomstige conflicten.

De oorzaak van het relatieconflict kan gezocht worden in het projectieve zoeken naar en bestrijding van verdrongen en onderdrukte delen van het zelf in de partner. De verdrongen en onderdrukte delen van het zelf zijn de gevoelens en gedachten die niet werden toegestaan door de ouders in de jeugd. Doordat ze te pijnlijk zijn om te ervaren, worden ze verdrongen. Om deze onderdrukte verlangens toch te ervaren, zoekt men dus naar een partner op wie men zijn eigen verdrongen delen kan projecteren. Men kan zo zijn eigen verlangens via de ander beleven. De ambivalentie dat uitgerekend dat wat oorspronkelijk aantrekkingskracht had, later de oorzaak van de relatiecrisis wordt, wordt daardoor begrijpelijk.

De voorwaarde voor het ontstaan van collusie beschrijft Willi de volgende voorwaarden:

1. In een collusie in een intieme relatie bestaat geen gelijkwaardigheid tussen partners. Gelijksoortige, onoverwonnen conflicten worden in starre gepolariseerde gedragsrollen in de intieme relatie tot uiting gebracht, namelijk in progressief of regressief gedrag. De partners zijn niet in staat deze rollen flexibel af te wisselen zoals in een gezonde, gelijkwaardige relatie.

2. De problematiek van beide partners in de intieme relatie is gevormd in hun jeugd. Intieme relaties worden beïnvloed door vroegere ouder-kind relaties van de partners.

3. Een collusie treed pas op als beide partners gelijksoortige problematiek hebben. Deze partners worden vaak naar elkaar toe geleid of zoeken elkaar op. Persoonsgebonden factoren van één partner zijn niet doorslaggevend voor het ontstaan van een collusie. Afhankelijk van of de partner dezelfde persoonlijke kwetsbaarheden bezit, ontstaat een collusie.

4. Beide partners hopen via hun partner van hun fundamentele conflicten te worden verlost. Zij projecteren hun eigen verdrongen behoeften op de ander en hopen zo via de ander hun behoeftes gestild te krijgen. Na geruime tijd van samenleving mislukt deze collusieve poging tot zelf genezing doordat bij beide partners het verdrongene terugkeert. De naar de partner verplaatste delen van de persoonlijkheid steken weer de kop op in het eigen Zelf en conflicten treden op (projectieve identificatie). Dit mechanisme verklaart waarom partners niet uit elkaar gaan ondanks heftige ruzies. 5. De vier basisthema’s van collusies.

Willi heeft op basis van eigen praktijkervaring een aantal hoofdthema’s beschreven, waaromheen conflicten uit de jeugd die nog niet zijn overwonnen tot uiting komen in intieme relaties. Deze thema’s komen in grote lijnen overeen met de thema’s in ontwikkelingsstadia beschreven door de psychoanalytische theorie. Als een kind in de omgang met ouders of broertjes en zusjes niet heeft geleerd hoe hij de volgende relatieconflicten eerlijk kan oplossen op een voor alle deelnemers aanvaardbare manier, dan bestaat de kans dat deze relatieconflicten geassocieerd blijven met angst, schaamte, schuldgevoelens.

Het narcistische relatiethema (grenzen en autonomie): dit draait om de vraag: in hoeverre moet ik mij wegcijferen voor mijn partner of kan ik mijzelf blijven? In hoeverre moeten wij ons afgrenzen of kunnen we samen versmelten? In hoeverre moet mijn partner alleen voor mij leven en mijn gevoel van eigenwaarde versterken?

Het orale relatiethema (zorgen): dit draait om de vraag: in hoeverre draait het huwelijk om koesteren, verzorgen, helpen en om elkaar bekommeren? In hoeverre kan ik van mijn partner veel zorg eisen zonder hem dit terug te geven? In hoeverre moet ik mijn partner verzorgen als een reddende en helpende moeder?

Het anaal-sadistische relatiethema (macht): dit draait om de vraag: in hoeverre mag ik leiden en mag ik de ander onderwerpen aan mij? In hoeverre mag ik passief afhankelijk worden zonder angst te worden misbruikt? Mag ik mijn partner volledig bezitten en hem controleren of moet ik hem autonomie toestaan?

Het fallisch-oedipale relatiethema (gendercollusie/mannelijke bevestiging): dit draait om de vraag: in hoeverre moet ik als vrouw mij zwak en afhankelijk opstellen en geen mannelijke eigenschappen tonen? In hoeverre moet ik als man ten alle tijden sterk en leidend te zijn, of mag ik ook zwak en passief zijn?

Narcistische collusie In een narcistische relatie moet de narcistische persoon óf zichzelf helemaal wegcijferen, óf de ander moet zich volledig wegcijferen voor hem. Er moet een gevoel van één zijn bereikt worden. Beide partners hebben echter tegelijkertijd een diepe angst voor teveel nabijheid en vermijden de éénwording door elkaar constant te kwetsen en te krenken. Dit kan openlijk in de relatie plaatsvinden maar ook onderhuids. Partners leven dan in kille emotionele afstand naast elkaar, maar controleren en bespieden de ander onderhuids. Vaak zoeken twee narcistische partners elkaar op. De ene is op zoek naar iemand die hem onvoorwaardelijk eert en bewondert. De ander, vanwege een zeer laag zelfgevoel, ziet af van een eigen zelfontwikkeling en wil alleen maar in de ander opgaan. Hij ziet zijn partner als zijn eigen ideaalbeeld. De relatie blijft in stand omdat de ene zich helemaal voor de ander opoffert. De onderliggende problematiek van beiden is dat ze afstand en nabijheid niet goed kunnen bepalen. Als ze te dichtbij komen en zich in elkaar verliezen, ontstaat angst en is extreme afstand de enige oplossing. Tegelijkertijd bestaat het diepe verlangen naar één zijn. De partners missen duidelijke egogrenzen om zich goed van elkaar te onderscheiden. De afstandelijke houding waarmee partners langs elkaar leven is de afweer tegen de angst en enige manier om teveel nabijheid te vermijden. Na een bepaalde tijd kan in een relatie of door situationele factoren die veranderen of doordat onderdrukte behoeftes de kop op gaan steken de instandhouding van het gedragspatroon tussen partners veranderen. Heftige ruzies kunnen tot uiting komen doordat echte versmelting niet wordt bereikt en dit veel woede bij beide partners oproept.

Orale collusie In volwassen relaties met orale collusies ontstaan conflicten rondom de thema’s zorgen voor de ander of helemaal verzorgd worden. Er is vaak één partner die verzorgend is en één die alle zorg opeist zonder iets terug te geven. De verzorgende partner verdient vaak zijn gevoel van dank door zich altruïstisch tegenover de ander op te stellen. Dit is voor hem een strategie om de eigen verdrongen verlangens om verzorgd te worden, die hij gemist heeft in zijn jeugd, te onderdrukken. De zorg vragende partner heeft het gevoel recht te hebben op alle zorg om al het gemiste uit zijn kinderjaren in te halen. Bij beide partners spelen gevoelens van minderwaardigheid, afhankelijkheid en onmacht een rol. De zorg vragende partners ervaren een sterk gevoel van waardeloosheid en voelen het niet 12 waard te zijn dat iemand van hen houdt. Bij de zorg gevende partners spelen gevoelens van minderwaardigheid een rol die zich uiten in angst om eisen te stellen. Door situationele factoren die veranderen of doordat onderdrukte behoeftes de kop op gaan steken kan de verdeling van rollen veranderen. Heftige ruzies kunnen tot uiting komen doordat de zorg gevende partner ineens ook afhankelijkheidsgevoelens gaat tonen. De zorg voor de opeisende partner is niet meer een alleenrecht en de zorg gevende partner wordt boos geen zorg te mogen ontvangen.

Anaal-sadistische collusie Bij de machtstrijd in relaties gaat het vaak om partners die een onderdrukt verlangen naar afhankelijkheid hebben, maar dit uiten in een behoefte tot autonome machtspositie. Beiden vallen elkaar constant aan, in onophoudelijke ruzies, om de schuld bij de ander te leggen. Beide partners voelen de angst om overheerst te worden en daarom nooit de zwakke te mogen zijn. Toegeven dat ze zelf `fout` zitten, of lieve dingen doen naar de ander zou een vorm van zwakte zijn en is daarom te risicovol. In hun hart verlangen beiden naar liefde en koestering, maar geen van beiden kan deze behoeften tonen. Vaak nemen partners gepolariseerde rollen in, waarbij de ene partner progrediëert naar onafhankelijk en heersend gedrag en de passieve partner regrediëert naar inschikkelijkheid en afhankelijkheid. Door zich te schikken, beschermt de passieve partner zichzelf tegen verlating door de heersende. Ook de heersende partner haalt hier zijn bevrediging uit, door zijn eigen onderdrukte angst voor verlating, te projecteren op zijn partner. Tevens ziet de passieve partner af van onafhankelijkheid en heersen, omdat hij dit overlaat aan zijn partner en dit via hem beleeft. Het conflict ontstaat als na een tijd de verdrongen behoeften en angsten van beide partners tot uiting komen. De passieve partner uit zijn behoefte om te overheersen en komt in strijd met de heersende partner. Ook de heersende partner uit behoeftes aan afhankelijkheid en onderwerping en strijd om deze positie met de passieve partner. Dit roept bij beiden woede op. Beiden proberen door het nastreven van macht, hun eigen gevoel van onmacht te overwinnen. Deze relaties komen echter vaak niet tot een echte scheiding, omdat dit te veel angst teweeg zou brengen. Door de wederzijdse provocatie heeft men namelijk zichzelf in de ander vastgebeten. Vaak komen de partners tot een climax waar de ruzies zo oplopen en als er een scheiding dreigt te komen, verzoenen ze zich met elkaar tot de volgende oplaaiing.

Fallisch-oedipale collusie Willi beschrijft hoe in onze cultuur de neiging bestaat progressief gedrag vooral aan de man toe te schrijven en regressief gedrag aan de vrouw. De man moet altijd bewijzen dat hij superieur, sterk en beschermend tegenover de vrouw is, terwijl regressief gedrag zoals het zoeken naar troost en bescherming, de behoefte zich aan de ander vast te klampen en onzelfstandigheid, nog altijd als zwak en vrouwelijk geldt. Inmiddels zijn we dertig jaar verder en hebben maatschappelijk ontwikkelingen geleidt tot een langzame toenadering naar elkaars rolpatronen tussen man en vrouw. Dit uit zich vooral in dagelijkse verdeling van taken, zowel binnenshuis als buitenshuis. De onderliggende gedragsverhoudingen tussen mannen en vrouwen zijn echter niet zo sterk veranderd. Veel mannen voelen zich nog steeds aangetrokken tot vrouwen die bij hun steun en bescherming zoeken en tegen hen opkijken. Veel vrouwen stellen zich dan ook zwak, passief en steunzoekend op, om aan de vrouwelijke rol te voldoen en hiermee de man juist sterk, moedig en dominant te laten voelen. Wanneer een vrouw haar “mannelijke gedragspatronen” niet onderdrukt, bestaat de kans dat zij in een gender collusie terecht zal komen wanneer zij een man ontmoet die zich heel mannelijk, sterk, moedig en dominant moet opstellen tegenover zijn vrouw. Mannen daarentegen, voelen zich vaak gedwongen de schijn van progressiviteit op te houden en hun regressieve wensen te onderdrukken. Wanneer de onderdrukte regressieve neigingen van de man en de onderdrukte progressieve neigingen van de vrouw boven komen, komt dit samenspel tot uiting in een collusie, waarin rivaliteit rondom de mannelijke rol speelt.

Uit: Conflicten in intieme relaties Een onderzoek naar de collusietheorie van Tali Gross, 2007

Willi, J. (1975). De partnerrelatie: ontwarren en verhelderen van conflicten. Rowohlt: Reinbek.

Posted in Algemeen, Relatieproblemen

Geef een reactie